Entree

 

De verdwaalde Zwarte Pieten Express

 

Op een warme zomerse middag in Spanje kwamen Sinterklaas en zijn belangrijkste pieten bij elkaar. Het was weer tijd om een lange reis naar Nederland te bespreken. Ook moesten zij gaan uitzoeken naar welke plaatsen zij dit jaar weer zouden gaan om er samen met de kinderen weer een mooi feest van te gaan maken. ’Hmm’, zei de Sint ‘eens even kijken… we hebben al een heleboel op het programma staan. We zijn nu bij zaterdag 1 december… wat gaan we dan doen? ‘We gaan altijd op zaterdag naar het winkelcentrum in Colmschate Sint’, zei de agendapiet. ‘O ja, Colmschate, leuk!’ zei de Sint. ‘Maar Sint’, zei de datumpiet ‘voor 5 december mag u in Deventer niet gezien worden en Colmschate ligt in Deventer dus mag u niet mee!’ De Sint keek even heel treurig. ‘Ik kan die lieve kindertjes toch niet in de steek laten’, dacht hij.

‘Weet je wat? Jullie gaan er gewoon alleen heen en dan noemen we het “Het Zwarte Pieten Festival”, zei de Sint en hij dacht er stilletjes achteraan: ‘dan kan ik even bijkomen en heb ik een dagje rust’. Sinterklaas is natuurlijk al heel erg oud!

Toch was Sinterklaas er niet helemaal gerust op. Konden de zwarte pieten het  wel zonder hem af? Zouden ze wel op tijd in Colmschate aankomen met de PietenExpress en zouden ze de cadeautjes niet vergeten?

Na de vergadering ging de Sint naar de tuin om bij te komen. Toen hij lekker in zijn luie stoel lag, vroeg hij aan de oberpiet een lekker glaasje sinaasappelsap. Terwijl hij daar zo lag, moest hij weer denken aan het Zwarte Pieten Festival in Colmschate. Zou het echt goed gaan zonder hem?  Toen de oberpiet zijn drankje kwam brengen vroeg hij: ‘kun jij de wegwijspiet naar me toesturen?’

Een paar minuten later hoorde Sint de vrolijke wegwijspiet  al aan komen lopen. ‘Dag wegwijspiet, kom eens even bij me zitten.’ Hij vertelde in het kort aan piet wat de plannen voor 1 december waren en wat voor zorgen hij zich maakte of alles wel op z’n pootjes terecht ging komen! ‘Ach Sint,’ zei piet ‘Ik kan alles vinden, dat weet u toch. Ik ben niet voor niets wegwijspiet. Ik ben de allerbeste…..’ en zo ging hij een tijdje door met opscheppen over zichzelf. Sinterklaas was gerustgesteld en begon aan de lange voorbereiding voor de reis naar Nederland.

Een paar maand later….

Het was vrijdag 30 november, middernacht. Sinterklaas en zijn pieten kwamen moe terug in het kasteel  waar Sinterklaas woont als hij in Nederland is. ‘Pfff,’ zei de goedheiligman ‘ik ben zo moe! Ik geloof dat ik morgenvroeg maar eens lekker ga uitslapen. Ik ben zo moe geworden van het schoenen vullen. En Americo wordt ook al een jaartje ouder dus moest ik een heel stuk lopen over de daken!’

Sinterklaas riep de wegwijspiet bij zich. ‘Wegwijspiet, morgen is het een hélé belangrijke dag; de dag van het Zwarte Pieten Festival in Colmschate. Helaas kan ik niet mee, daarom krijg je nu de laatste instructies!’ Samen overleggen ze een tijdje en gaan daarna allebei naar bed.

De volgende morgen stond de wegwijspiet vol vertrouwen op. Hij zou dat klusje wel eens even klaren! Hij is toch tenslotte de wegwijspiet van Sint Nicolaas!

Na het ontbijt riep hij alle pieten bij zich. ‘Vandaag is Sinterklaas er niet en ben ik de baas. Jullie moeten goed naar mij luisteren! Jij, jij en jij pakken alle cadeautjes. Jij stuurpiet, jij haalt de trein vast uit de garage en jij… zo ging hij nog een tijdje door met opdrachten te geven!

Toen alles klaar was, konden ze vertrekken. ‘Zit iedereen?  Op naar Colmschate! Hier rechtsaf stuurpiet!’, commandeerde de wegwijspiet. En daar gingen ze…

Na ruim twee uur rijden vroeg de stuurpiet: ‘ehh.. wegwijspiet, we zouden er nu toch zo’n beetje moeten zijn maar ik zie in geen velden of wegen iets van winkelcentrum Colmschate!’ ‘Nee,’ zei de wegwijspiet ‘we zijn er bijna’.  Maar hij begon toch een beetje nerveus om zich heen te kijken. Hij herkende het hier toch niet helemaal! ‘Aha, daar links bij die kerktoren, daar is het’ zei hij hoopvol. Maar toen ze daar op het plein aankwamen, waren er helemaal geen kinderen en ook geen winkels! Eén van de pieten kwam naar de wegwijspiet toe. ‘Dit is helemaal geen Colmschate, maar Bathmen! We zijn verkeerd!’
’Iedereen instappen’, zei de wegwijspiet. ‘We gaan verder. Hier links!’ Ze reden verder en verder tot ze opeens een stadsbordje zagen. ‘Ha, dat is vast Colmschate’ zei de wegwijspiet opgelucht. Maar het was geen Colmschate, maar Schalkhaar! Toen begon de wegwijspiet te snikken. ‘Boehoe, ik weet het niet meer..’ De andere pieten wisten ook niet meer waar Colmschate lag. ‘Geen punt’ zei de stuurpiet, ‘we rijden gewoon verder en dan vragen we de weg wel.’

Ondertussen was het op winkelcentrum Colmschate al lekker druk geworden. Er was één en al bedrijvigheid. Alleen…. Waar bleven de pieten nou? De winkeliers werden al onrustig en ze belden de voorzitter. Het is al tien uur en nog geen piet te zien! Klaagden ze. De voorzitter schrok en zei ‘Ik ga er direct achteraan!’ Hij belde snel Sinterklaas op. ‘Ja, met wie?’ vroeg de Sint slaperig. ‘Hallo, met de voorzitter van winkelcentrum Colmschate. Zijn de pieten al onderweg?  Ze zijn er namelijk nog steeds niet.’ Sinterklaas schrok zich een mijter… eh, hoedje. ‘Dat kan haast niet, ze zijn vanmorgen al om zes uur vertrokken. O. o. o ik wist het wel. Als ik er zelf niet bij ben!!! Ik ga gelijk rondbellen meneer de voorzitter en ik zal kijken  of ik ze vinden kan! Sorry hoor!’

Sinterklaas pakte het telefoonboek. Eens kijken, wie zal ik het eerst bellen? Ah, mijn goede vriend Boudewijn in Bathmen. ‘Hallo Boudewijn, met de Sint. Heb jij mijn pieten ook gezien? ‘Dag Sinterklaas’, zei de verbaasde vriend. ‘Jazeker, ik heb ze een uurtje geleden gezien hier op het dorpsplein. Toen ik uit het raam keek, stonden ze naast de trein te heftig te praten. Ze zijn toen weer ingestapt en richting Schalkhaar gereden.’ ‘Dank je wel’ zei de Sint en hing op.

Hij belde snel een andere vriend van hem, die in Schalkhaar woonde en vroeg ook aan hem of hij de pieten had gezien. ‘Ja, die zijn wel hier in Schalkhaar geweest, maar ze zijn alweer vertrokken richting Lettele’. ‘Bedankt zei de Sint somber. De Sint belde snel Hans in Lettele, ook al een vriend van hem. Hij had de pieten ook gezien, maar ook uit Lettele waren ze alweer vertrokken  en nu richting het centrum van Deventer! Sinterklaas werd er zenuwachtig van. ‘Die domme, domme, eigenwijze, opschepperige wegwijspiet’ mopperde hij.  Sinterklaas pakte maar weer het telefoonboek en zocht naar het telefoonnummer van de burgemeester van Deventer, die hij direct opbelde. ‘Met burgemeester van Lith de Jeude’ hoorde de Sint. ‘Oh, hallo met sinterklaas, heeft u mijn pieten ook gezien? Ze zijn op weg naar het centrum?’ ‘Nee,’ zei  de burgemeester ‘niet gezien.’ De goedheiligman legde de burgemeester in het kort uit hoe de vork in de steel zit en de burgemeester bood onmiddellijk zijn hulp aan. ‘Ik ga naar de Brink en daar wacht ik de pieten op en dan zal ik ze persoonlijk naar winkelcentrum Colmschate brengen sinterklaas!’ De Sint haalde opgelucht adem. ‘Bedankt, en tot 5 december’ zei hij.

De burgemeester was nog maar net op de Brink toen hij de PietenExpress aan zag komen. Hij begon wild met zijn armen te zwaaien om de aandacht van de stuurpiet te trekken.
’Kijk daar eens, wegwijspiet,’ zei de stuurpiet. ‘Iemand roept ons!’ De wegwijspiet, die treurig ineengedoken zat, schrok op. Zou het dan toch nog goed komen? Was dit Colmschate? ‘Hallo,’ zei de burgemeester ‘jullie zijn verdwaald hé?’ ‘J-j-ja’ stotterde de wegwijspiet ‘maar hoe weet u dat?’ De burgemeester vertelde het hele verhaal en eindigde met: ‘Ik zal jullie nu snel naar het winkelcentrum brengen!’ Hij stapte voor in  de PietenExpress en wees de weg naar Colmschate.
Op het winkelcentrum wist de voorzitter er al van, want de Sint had hem al opgebeld. Hij zorgde ervoor dat alle kinderen en hun ouders een erehaag op het plein maakten en toen om elf uur de PietenExpress eindelijk kwam werden de pieten luid verwelkomd op het winkelcentrum. Iedereen zong ‘Zwarte pietje kom maar binnen met je trein, want dat vinden we allemaal heel erg fijn.’ En de pieten… die maakten er weer een dolle boel van ze deelden pepernoten uit en ieder kind dat de kleurplaat inleverde, kreeg ook nog eens een cadeautje!

Aan het einde van de dag stonden de stuurpiet, de wegwijspiet en de voorzitter van het winkelcentrum nog even met elkaar te babbelen en pepernoten te eten. ‘He he, dat is toch nog goed gekomen,’ zei de wegwijspiet. ‘Ja,’ zei de voorzitter ‘en niemand heeft iets gemerkt!’ en hij gaf een vette knipoog naar de andere pieten!