Entree

 

Stoomboot:
Sinterklaas is pas in de negentiende eeuw een stoomboot gaan gebruiken naast zijn schimmel. Tegenwoordig komt hij in sommige plaatsen nog wel aan met de boot, maar ook de auto en helikopter gebruikt hij vaak. Dat van die boot is niet toevallig: Sint-Nicolaas is ook de beschermer van havensteden, zeelieden, vissers, ongetrouwde meisjes en scholieren.

Spanje:
Uit Spanje kwamen vroeger veel luxe artikelen en lekkere dingen vandaan (en nu dus nog in december).

Schimmel:
Stamt af van de Germaanse god Wodan.Dus zijn schimmel Sleipnir.

Mijter:
Waarschijnlijk een 'verbastering' van een Frygische muts (Dat is een oosterse, godsdienstige hoofdbedekking), Hij werd meer gedragen door bisschoppen.

Staf:
De staf heeft ook een bepaalde betekenis. Het is een symbool voor de boom van het leven, maar ook van het goede werken, eensgezindheid en naastenliefde. De echte staf van Sinterklaas is niet zomaar een stok met een krul aan de bovenkant. De echte staf is versierd met allerlei tekens. Al die symbolen hebben een bepaalde betekenis. Zo staat op de stam van de staf een man getekend met vier engelen er om heen. Dit is Petrus, een van de leerlingen van Jezus. Petrus is degene geweest die de christelijke kerk gesticht heeft.

'Goedheiligman':
Een verbastering van "goet-hylik man" (= "goed-huwelijks man"), een titel die Sint verdiende door te zorgen voor de bruidsschat van een paar arme meisjes.

Zwarte Piet
Vroeger de tegenpool van Sint en boeman voor kleine kinderen, tegenwoordig Sints onmisbare rechterhand, zwart geworden door al dat geklauter in schoorstenen (wie zou daar niet zwart van worden?).

Roe:
Berkentakken met bamboe of een lint eromheen, symbool van vruchtbaarheid en daarnaast handig om de schoorsteen schoon te maken (wat gezien Piets uiterlijk misschien niet de beste methode is).

Schoorsteen:
Verbinding tussen mensen en de 'bovenwereld' waar geesten en goden wonen (volgens de Germanen tenminste).

Speculaaspoppen:
Ook wel 'Vrijers' genoemd, kreeg je er één, dan had je een aanbidder. Vroeger afbeeldingen van heiligen of van de Germaanse vruchtbaarheidsgodin Freia.

Pepernoten:
Weer een symbool van vruchtbaarheid, vroeger werden ze met muntstukken gemengd, tegenwoordig met suikergoed.

Marsepein:
Amandelbrood met Indisch rietsuiker, in de Middeleeuwen als geneesmiddel gebruikt. Het wilde zwijn was een Germaans symbool van de jacht en werd in oude tijden regelmatig geofferd. Nu vervangen door zijn achterneefje: het marsepeinen varken.

Suikergoed:
Vroeger vooral in de vorm van een hart. Net als de Vrijer een teken van een aanbidder.

Chocolademunten:
Eén van de bekendste legenden over Sinterklaas vertelt dat hij 's nachts stiekem beurzen met goudstukken naar binnen gooide. Dit om te voorkomen dat een vader zijn dochters de prostitutie instuurde om aan geld te komen voor een goede bruidsschat.

Strooien:
Liefst ongezien, ten teken van vrijgevigheid en bescheidenheid. Ook weer te herleiden naar de legende van de drie huwbare meisjes.

Chocoladeletters:
Eetbare letters werden gebruikt op kloosterscholen in de Middeleeuwen om kinderen te leren schrijven. Zodra ze een letter goed konden schrijven, mochten ze als beloning de bijbehorende broodletter opeten. Een andere verklaring kan zijn dat in de 19e eeuw mensen de Sinterklaascadeaus bedekten met een laken. Hier bovenop legden ze de eerste letter (van brood) van het kind waarvoor de cadeaus waren bedoeld. Chocolade letters werden ergens in de 19e eeuw geïntroduceerd. Tot die tijd werden de letters gemaakt van brood of banket.